AKS rekentool
Wat heeft jouw ruimte nodig?
Kies koelen of verwarmen en ontdek welk vermogen ongeveer bij jouw ruimte past.
Bereken je koelvermogen
Vul je oppervlakte in en kies wat bij jouw ruimte past.
Jouw ruimte
We hebben een hoogte van 2,5 m en enkele voorbeeldkeuzes ingevuld. Controleer de blauwe vakken en pas ze aan.
Jouw indicatie
Geschat koelvermogen · totaal
Thermisch vermogen, geen elektriciteitsverbruik. Een eerste indicatie voor de ingevoerde ruimtes, geen definitieve technische selectie of installatieadvies.
Je antwoorden blijven in dit browsertabblad. Via de adviesknop neem je ze mee naar het contactformulier.
Uitgangspunten van deze eenvoudige berekening
Basis: 80 W/m², omgerekend naar 2,4 m plafondhoogte, uit Daikins richtgetallen. De aanvullende factoren zijn aannames van deze keuzehulp.
Isolatiefactor: goed 0,8–1,0; gemiddeld 1,0–1,2; slecht 1,25–1,5; onbekend 0,8–1,5. Dakfactor: verdieping 1; schuin 1,1; plat 1,2. Zonfactor: weinig 0,9; gemiddeld 1; veel 1,2.
De bandbreedte is geen gegarandeerde foutmarge. Serres, glazen daken en bijzondere gebruikssituaties vallen buiten deze keuzehulp. 1 kW is circa 3.412 BTU/uur. Kamers worden opgeteld zonder automatisch toesteladvies. Laat de definitieve installatie bepalen op basis van een opname en warmteverliesberekening.
Bereken je verwarmingsvermogen
Vul je oppervlakte in en kies wat bij jouw ruimte past.
Jouw ruimte
We hebben een hoogte van 2,5 m en enkele voorbeeldkeuzes ingevuld. Controleer de blauwe vakken en pas ze aan.
Jouw indicatie
Gevraagde warmte bij −10 °C buiten · totaal
Thermisch vermogen, geen elektriciteitsverbruik. Een eerste indicatie voor de ingevoerde ruimtes, geen definitieve technische selectie of installatieadvies.
Dit is een brede schatting van de warmtevraag, geen advies voor een toestelmaat. De gekozen airco moet deze warmte bij −10 °C buiten kunnen leveren. Laat de exacte binnen- en buitenunit daarop controleren, inclusief ontdooien.
20 °C binnen is het uitgangspunt. We schatten de gevelmaten uit de oppervlakte en rekenen met 25% glas. Bij onbekende isolatie is de uitkomst extra ruim.
Je antwoorden blijven in dit browsertabblad. Via de adviesknop neem je ze mee naar het contactformulier.
Uitgangspunten van deze eenvoudige berekening
We schatten de verliezen per bouwdeel met oppervlakte × warmtedoorgang (U-waarde) × temperatuurverschil. Luchtverversing rekenen we met 0,33 × luchtwisselingen per uur × ruimte-inhoud × temperatuurverschil. Zie de uitleg van deze warmteverliesformules door Heat Geek. De formules zijn gangbaar; de vereenvoudigde invoer en onderstaande bereiken zijn eigen rekenaannames, geen door deze bron gevalideerd model.
We nemen een vierkante plattegrond aan: zijde = wortel uit vloeroppervlak. Buitengeveloppervlak = aantal buitenmuren × zijde × hoogte. Bij drie of vier muren gebruiken we 3–4 zijden; bij onbekend 1–4. Hiervan rekenen we 25% als raam en 75% als dichte muur. De overige muren grenzen aan ruimtes met dezelfde temperatuur. Lange smalle kamers, grote glaspartijen, deuren naar koude ruimtes en andere afwijkende situaties vragen een opname.
U-waarden in W/m²K: buitenmuur goed 0,25–0,5; beperkt 0,6–1,0; niet geïsoleerd 1,5–2,1; onbekend 0,25–2,1. Raam inclusief kozijn: HR++/triple 1,0–1,8; gewoon dubbelglas 2,7–3,3; enkelglas 4,8–5,8; onbekend 1,0–5,8. De categorieën zijn benaderingen; bouwtype en uitvoering bepalen de werkelijke waarde.
Vloer boven grond/kruipruimte: geïsoleerd U 0,25–0,4; ongeïsoleerd 0,7–1,2. We nemen daar +5 °C aan, dus 15 graden verschil. Dit vervangt geen grondverliesberekening. Boven buitenlucht gebruiken we U 0,25–1,5 en 30 graden verschil. Boven een op 20 °C verwarmde ruimte rekenen we geen vloerverlies. Onbekend loopt van geen verlies tot het ongeïsoleerde buitenluchtscenario.
Dak/plafond: geïsoleerd U 0,2–0,4; ongeïsoleerd 1,5–2,5; beide met 30 graden verschil. Een verwarmde verdieping op 20 °C geeft geen plafondverlies. Bij onbekend loopt het bereik van geen verlies tot een ongeïsoleerd dak. Dakoppervlak wordt benaderd met het vloeroppervlak.
Voor luchtverversing nemen we 0,5–1,0 wisseling per uur, zonder warmteterugwinning. Koudebruggen worden benaderd met 10–20% van de bouwdeelverliezen. Geen zon- of interne warmtewinst en geen opwarmtoeslag. De onder- en bovengrens combineren respectievelijk alle lage en hoge aannames; het zijn scenario's, geen betrouwbaarheidsinterval. Dit is geen berekening volgens NEN-EN 12831 en geen opname van de werkelijke constructie.
Hoofdverwarming vraagt 100% van deze schatting. Bijverwarming vraagt het gekozen aandeel van 25%, 50% of 75%; de bestaande verwarming moet de rest gelijktijdig leveren. Dit is geen percentage van het jaarlijkse energieverbruik.
Er is geen universele opslag voor vorst toegepast: het beschikbare wintervermogen verschilt per toestel. Er is nog geen toestel geselecteerd of doorgerekend. Vergelijk de warmtevraag met fabrikantgegevens bij −10 °C voor de exacte combinatie, inclusief ontdooien en eventuele gedeelde capaciteit bij multi-split. Zie ook Mitsubishi Electrics uitleg over capaciteit bij kou. SCOP of het nominale koelvermogen vervangt deze controle niet.
De bandbreedte is geen gegarandeerde foutmarge. Serres, glazen daken en bijzondere gebruikssituaties vallen buiten deze keuzehulp. 1 kW is circa 3.412 BTU/uur. Kamers worden opgeteld zonder automatisch toesteladvies. Laat de definitieve installatie bepalen op basis van een opname en warmteverliesberekening.